fbpx

Zonder melkzuurproductie lukt het niet, maar ‘TROP IS TE VEEL’.

Een atleet kan 3 verschillende vormen van energie gebruiken . Via vetverbranding, via suikerverbranding en via eiwit-verbranding, en – misschien enigszins verrassend – het is heel eenvoudig om vast te stellen wanneer het lichaam aan welke verbranding doet.

Wanneer je rustig sport, en een overschot aan zuurstof hebt, doe je vooral aan vetverbranding. De atleet in kwestie kan praten, zingen, door de neus ademen… hij of zij heeft veel ‘overschot’. Ook wanneer je in een peloton fietst, zelfs aan meer dan 35 km/u, en je kunt behoorlijk rustig praten met de renner naast jou, doe je vooral aan vetverbranding. Er vormt zich op dat moment geen melkzuur!

Fiets, loop, roei, dans, zwem… je intensiever, waarbij je steviger in- en uitademt, dan vergaat je het gevoel om uitgebreid te vertellen en te zingen. Bekijk dit voorbeeld: Je fietst in groep, 2 aan 2, waarbij na elke 2 minuten een ander duo de kop neemt. Een goeie wegkapitein of trainer zal opdracht geven om aan een rustig tempo te beginnen. Hij of zij hoort de renners met elkaar vertellen. Geleidelijk wordt het tempo lichtjes opgedreven. De ene renner na de andere zal minder en minder zuurstof over hebben om blijven te grappen en grollen, en zich meer moeten focussen op het verhoogde tempo, mét een verhoogd ademhalingsritme. Zij die het beste in conditie zijn, en nog wel kunnen praten, hebben de beste conditie en vertoeven nog in de zone van vetverbranding, terwijl de ‘stille’ renners volop in de suikerverbranding zitten. Suikers verbranden vraag veel zuurstof. Hoge ademhalingsritmes zorgen voor aanvoer van veel zuurstof. Er wordt wel een beetje melkzuur aangemaakt (tussen 1 en 2 mmol/l), maar deze wordt in de lever opnieuw omgezet in bruikbare glucose. Je kunt deze inspanning, zoals in een tijdrit bijvoorbeeld, volhouden, zo lang als er glucose wordt aangevoerd… en dat is behoorlijk lang. Ikzelf noem deze inspanning een ‘ONAANGENAAM HARDE’ inspanning. Je zit continu in (bijna) ademnood, je concentratie wordt bijna volledig ingenomen door het continu naar adem moeten happen.

Wil je dit hoge tempo volhouden, of zelfs nog harder fietsen, lopen, … terwijl de weg bijvoorbeeld begint te klimmen, of je forse tegenwind ondervindt, dan zal je redelijk snel de effecten voelen. Door het tekort aan zuurstof (je kunt immers niet altijd maar meer en meer zuurstof inademen, op een bepaald moment zit je aan de limiet) ontstaat er tijdelijke spierpijn door de ‘anaerobe’ afbraak van glucose in de spieren. Wil je deze pijnlijke inspanning aanhouden, dan zal de hoeveelheid melkzuur stijgen tot waarden van soms wel 20 mmol/l. Je gaat dan in een pijnlijke, branderige ‘zuurstofschuld’. Je moet echter redelijk snel stoppen met deze inspanning omdat melkzuur uiteindelijk zal verhinderen dat een spier nog functioneel zal samentrekken. Wanneer deze inspanning eindigt, ga je een tijdje moeten nahijgen om deze zuurstof-schuld ongedaan te maken. De zuurstof zal het opgebouwde melkzuur opnieuw kunnen omzetten tot glucose. Je kunt opnieuw een sprintje trekken.

Melkzuurproductie veroorzaakt spierschade! Het lichaam heeft een beperkte spierschade nodig. Het zal zich aanpassen en ‘sterker’ worden opdat het een volgende keer die inspanning wel aankan, met minder pijn en langer vol te houden. Dit is dus TRAINING!  De titel zegt echter ‘TROP is TE VEEL’. Ga je te lang door in hoge melkzuurwaarden dan zal de schade in de spiervezels langer duren om te herstellen. Zo gaat er tijd verloren in de welke je niet efficiënt kunt trainen want jouw lichaam is nog niet hersteld. Te veel te intens trainen zal dan uiteindelijk leiden tot overtraining, conditieverlies, pees- en spierletsels en dergelijke.

De metabolieten, afvalstoffen, die zich opstapelen na deze zware inspanning krijg je het beste weg op de volgende manier. WARMING DOWN en MASSAGE!  warming down is niet hetzelfde als cooling down. Je moet geleidelijk aan de heel hoge hartslagen doen dalen. Na een wedstrijd zoek je in het uitfietsen, uitlopen, … de geleidelijke weg. Je gaat snel na de inspanning nog even intensief bewegen, en in 5 tot 10 minuten verder steeds minder intens tot je rustig uitbolt, -loopt, -zwemt, …hartslagen zullen dan langzaam dalen en de iets hogere bloedstroom neemt meer afvalstoffen op en vervoert deze naar de lever dan wanneer je plots stopt en de hartslag te snel laat zakken. Na ongeveer 2 à 3 uren volgt dan de massage of REPOZ-stretching

Eureka!  Wanneer je een sportlichaam dat correct getraind is gaat masseren of (REPOZ-)stretchen dan ontstaat er een effect dat het herstel nog meer verbetert. Het is bewezen (*) dat een lichte massage of REPOZ-rek het herstel van de beschadigde spiercellen versnelt. Het zal ontstekingsremmende signalen naar deze spiercellen sturen.
Een diepe sportmassage of REPOZ-rek leidt duidelijk tot toename van lymfocyten, een soort van witte bloedcellen. Deze zullen sneller de gemaakte schade (door het melkzuur) tegengaan en op deze manier het lichaam voorbereiden op een nieuwe training of inspanning.

Als je heel dit proces dan nog eens extra ondersteunt met de juiste producten en technieken, waar als geen ander de BIENESTAR sportverzorging en opleidingen garant voor staan, zal ‘het plaatje kloppen’.Gebruik van de juiste verzorgingsproducten, tapetechnieken, de ideale sport- of hersteldranken, compressiemateriaal, … verkort de hersteltijden tussen de inspanningen en zal bijdragen tot een gezonde beleving van jouw favoriete sport.

(*) Tarnopolsky, M.A., Crane, J.D.1, Ogborn, D.I., Cupido, C., Melov, S., Hubbard, A., & Bourgeois, J.M. (2012). Massage therapy attenuates inflammatory signaling after exercise- induced muscle damage. Sci Transl Med. 4(119): 119ra13.

(*) Rapaport, M.H., Schettler, P., & Bresee, C. (2010). A Preliminary Study of the Effects of a Single Session of Swedish Massage on Hypothalamic-P ituitary- Adrenal and Immune Function in Normal Individuals. The Journal of Alternative and Complementary Medicine, 16(10).